Zoeken

Schrijfwedstrijd NiNsee Kinderherdenking

In aanloop van de Kinderherdenkingen die het NiNsee in stadsdelen Amsterdam Noord en Oost heeft georganiseerd hebben de leerlingen van de basisscholen De Poolster en De Zeven Zeeën meegedaan aan een schrijfwedstrijd met als thema het Nederlandse Slavernijverleden.


De leerlingen werd gevraagd om in de huid te kruipen van een tot slaafgemaakte en hier iets over te schrijven in dagboek-vorm. Wij hebben ontzettend veel mooie, heftige en ontroerende verhalen mogen lezen en zijn de kinderen erg dankbaar voor hun inzet en bijdrage. Het was een moeilijke beslissing, maar uiteindelijk raakte het verhaal van Nadja Peters van groep 7 van De Zeven Zeeën ons het meest. Lees haar verhaal hieronder:


Inzendingen schrijfwedstrijd NiNsee Kinderherdenking 2019

Lief Dagboek,


Gisteren zijn mijn broer, ik en mijn ouders uit ons huis gehaald. Ze hebben ons naar een soort gevangenis gebracht en daar moesten we met nog een heleboel andere mensen overnachten. Het was niet fijn.


De volgende ochtend werden we verdeeld. “Jij bent te oud”, zeiden ze over mijn vader en hij werd afgevoerd. Ik wilde schreeuwen dat ze hem los moesten laten met hun stomme handen en dat hij bij mij moest blijven. Maar ik wist dat dat toch niet zou helpen, dus hield ik mijn mond. Mijn broer moeder en ik bleven gelukkig bij elkaar.


Toen moesten we op een boot. Er waren nog heel veel andere mensen bij en we moesten allemaal tegen elkaar aan in een ruimte zitten waar het stonk naar vis. We werden met onze handen en voeten aan de ruimte vastgemaakt.


Toen we allemaal vast zaten vertrok het schip gelijk. Na een korte tijd kregen we iets te eten, maar al bij de geur moest ik kokhalzen.


Ik had heel veel trek dus moest ik het wel eten. Het was walgelijk. We waren al heel lang onderweg. Ik werd ziek van de zee. Ik moest steeds overgeven. Vreselijk.


Mijn broer werd ziek. Heel erg ziek. Toen de dokter zijn ronde deed, merkte hij het ook. Hij was niet te genezen zei hij. Hij kon niet meer werken. Wat de baas van het schip toen zei, maakte me nog misselijker dan toen ik moest overgeven. “Hij moet overboord”, zei hij. Ik wilde me losrukken uit mijn moeders armen en die baas zelf overboord gooien, maar mijn moeders armen zijn sterk en ze wist wat ik wilde dus hield ze me extra stevig vast. “Stil maar Nora”, zei ze. “Wij blijven tot het einde bij elkaar. Ik huilde toen mijn broer in het woeste water werd gegooid. Ik zwoor in mezelf dat ik zijn dood zou wreken. En toen dacht ik aan de plek waar we naar op weg waren. Wat dat dan ook zal zijn.


Liefs Nora.


54 keer bekeken

© 2018 NiNsee

NiNsee

Gebouw "De Bazel"

Vijzelstraat 32

1017 HL Amsterdam

T: 020 - 21 49 640

E: info@ninsee.nl

Connect online:

  • Facebook Clean
  • Twitter Clean