contact  |  nieuwsbrief  |  zoek    

Over het NiNsee

Het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis houdt zich bezig met het Nederlandse slavernijverleden en zijn erfenis. Het NiNsee is een kennis- en expertisecentrum. 

Missie
De missie van het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis(NiNsee) is het levend houden van het Nederlandse slavernijverleden door middel van herdenking en educatie.

Herdenking
Onder herdenking valt de organisatie van de jaarlijkse 1 juli-herdenking en tevens, in samenwerking met grassroots-organisaties, de jaarlijkse herdenking op het Surinameplein in Amsterdam, de herdenking van Eliëzer in Ouderkerk aan de Amstel en de Tula-herdenking. De herdenking en viering van 150 jaar afschaffing slavernij heeft laten zien hoe zowel in de gemeente Amsterdam als landelijk het slavernijverleden en de erfenis leeft. Door blijvend het slavernijverleden te herdenken blijven we bijdragen aan de vrijheidsbeleving van opgroeiende generaties.

Educatie
NiNsee zet zich daarnaast in voor de ontwikkeling van educatieve projecten om de reeds opgedane kennis te bestendigen en onderwijsinstellingen, die met het slavernijverleden bezig zijn, samen te brengen. Spil hierin is de educatieve website Slavernij en Jij, die vorig jaar door het NiNsee ontwikkeld is. Daarnaast wil het NiNsee docenten stimuleren om, meer dan tot nu toe het geval is, het slavernijverleden en de erfenis over te brengen op de jeugd. 

Doelstelling
Het instituut heeft ten doel het streven naar de realisatie van een genuanceerd en realistisch beeld van het Nederlandse slavernijverleden en zijn erfenis, vanuit diverse invalshoeken, teneinde dat verleden en die erfenis onder ogen te zien, te gedenken, herdenken en verwerken, mede gericht op de toekomstige generaties.

Doelgroep
Het NiNsee richt zich op elke Nederlander ongeacht afkomst, etniciteit, religie, leeftijd en geslacht. Bij de ontwikkeling van educatieve projecten richt het NiNsee zich specifiek op leerlingen van het voortgezet onderwijs.

Nationaal
Tot de oprichting van het instituut is besloten vanwege de vele nationale en internationale ontwikkelingen die gaande zijn. Op nationaal gebied vragen nazaten van de slaven erkenning van hun slavernijverleden en de gevolgen daarvan, die medebepalend zijn voor hun positie in de huidige samenleving. Tevens is er een groeiende belangstelling voor het Nederlandse koloniale verleden. Ook is er een algemene ontwikkeling gaande waarbij de geschiedschrijving van voormalige Nederlandse overzeese gebiedsdelen wordt herijkt, herzien en herschreven. Het Nederlandse slavernijverleden heeft zich in concreto buiten Nederland en wel in Suriname, de Nederlandse Antillen,  Aruba en de westkust van Afrika, onder andere Ghana, afgespeeld.

Internationaal
Ook internationaal staan de slavernij en de gevolgen daarvan in de belangstelling. Op de anti-racisme conferentie in het Zuid-Afrikaanse Durban werden de transatlantische slavenhandel en slavernij verklaard tot misdaad tegen de menselijkheid. Mondiaal zijn veel instituten die zich met het slavernijverleden bezighouden zoals Kura Hulanda op Curaçao, het Schomburg Institute in New York , het Wilberforce Institute for the Study of Slavery and Emancipation en het International Slavery Museum in Liverpool.

 

Downloads

Jaarverslagen

Jaarverslag 2014

Jaarverslag 2013

Jaarverslag 2012


Jaarrekeningen

Jaarrekening 2014

Jaarrekening 2013

Jaarrekening 2012