"Our lives begin to end the day we become silent about things that matter" - Dr. Martin Luther King
Ben jij je eigen geloof wel waardig? Dat is een vraag die waarschijnlijk bij velen niet eens zou opkomen. Plantagehouders die na de mis gewoon hun seksueel terroristische daden voortzetten zouden zo’n vraag waarschijnlijk niet begrijpen. Of misschien toch wel en dan een nu nog logisch klinkende logica erop nahouden. Zoals dat de vrouwen, mannen en kinderen die ze terroriseerden geen mensen waren maar dierlijke werktuigen, zoals paarden, dus dan mag het. Toen was dat soort seks volgens de wet nog toegestaan. Nu niet meer, maar de taal waarmee het werd goedgepraat wordt nu 147 jaar na de afschaffing van slavernij nog steeds gebruikt door sommigen.
Of de plantagehouders zouden ontstemd reageren op deze bevraging van hun bevlogenheid met hun geloof. Ze zouden uit hun sloffen schieten. Ik zou intolerant zijn omdat ik het verschil tussen hun woorden en daden aan hen toon. Je gaat naar een gebouw voor geloofsbelijdenis waar naastenliefde centraal staat en tegelijkertijd terroriseer je mensen. Of nog erger je ziet dat anderen sommigen terroriseren en je laat het toe. Omdat het jou bepaalde privileges verschaft welteverstaan. Maar sommige vragen mag je namelijk niet stellen. Wanneer iemand aangeeft vanuit zijn geloof te handelen moet je dat voor lief aannemen. In het engels betekent geloof ook be-lief. Dus ik moet geloven dat jij weet waar je in gelooft want ik kan dat niet voor jou weten of bepalen.
Ik moet nuchtere tolerantie tonen en mezelf moreel boven hen plaatsen. Ik zou niet in discussie moeten gaan met mensen die duidelijk gefrustreerd zijn en mij maar voor tuig aanzien. Werktuig voor de bepaling van hun identiteit welteverstaan. Zonder mij weten ze niet meer wie zij zijn. Dat is ook de reden waarom tolerantie zo goed werkt in het Koninkrijk der Nederlanden. Deze landen zijn nou eenmaal altijd havens geweest voor scheepvrachten vol met mensen die anders waren dan wijzelf. Dat de meeste van deze schepen dan ook vrijwel snel uit onze havens gedreven werden vergeten we maar voor de gezondheid van onze nationale identiteit. De meeste van deze asielzoekers konden namelijk niet meteen hun waarde voor onze maatschappij tonen. Voor ons is de ander altijd binnen handbereik geweest en wij konden onszelf ook makkelijk buiten die van hen plaatsen.
De plantagehouders zouden dan ook tegen mij zeggen dat ik maar blij moest zijn dat ik überhaupt leefde. Zonder hen zou ik niet eens bestaan. Zij hadden mij beschaafd gemaakt en cultuur bijgebracht en voor vrijheden gezorgd die ik maar moest koesteren. Aantonen dat de manier waarop zij hun vrijheden beleven mijn vrijheden beperken zou niet mogelijk zijn. Zij zouden nooit wat in werking stelling dat andere mensen vrijheden ontnam. Met andere woorden, ik en anderen worden nog steeds niet voor mensen aangezien. Teveel mensen willen nog niet accepteren dat wij allemaal gelijkwaardig zijn in deze wereld. Als geloof voor be-lief staat rest de vraag waarom gelovigen zich door onaardigen laten overstemmen? Ben jij dan nog jouw geloof waardig?