Het blijkt moeilijk voor inwoners van Nederland om te spreken over het feit dat er iets mis is met Zwarte Piet. Spike Lee liet in zijn film Bamboozled van 2000 duidelijk zien dat de stereotypering rond ‘’de neger’’ nog steeds bestaat. Dit beeld ligt ook sterk verankerd in Zwarte Piet. Een simpele verwijzing naar de rode lippen, de zwarte kroesharen en de benodigde potjes zwarte verf, die bijna alleen te koop zijn onder de naam ‘’negerzwart’’, maken dit meer dan duidelijk.
Toch is er geen enkele discussie mogelijk zonder dat verwezen wordt naar het feit dat het hier een kinderfeest betreft en dat die kinderen het niet als een racistisch feest zien of begrijpen. Niet alleen het idee van Zwarte Piet stamt uit de (eind)tijd van de slavernij, ook de kleding van Zwarte Piet stamt uit de 18e eeuw en is op vele schilderijen uit die tijd terug te vinden in de afbeeldingen van Moorse bedienden, zoals die van Cornelis Troost. Zie hier een schilderij van Troost uit 1747 met als titel “Portret studie van een bediende”:
De eerste Nederlandse bron die spreekt van een Zwarte Piet stamt uit 1828. Het is een beschrijving uit Amsterdam van een bezoek op de Herengracht met de zwarte knecht en “zijn’’ Sint. Zijn grote introductie kreeg Zwarte Piet in 1850 met het Sinterklaasboek van de Amsterdamse schoolmeester Jan Schenkman: ‘Sint Nicolaas en zijn knecht’.
In alle verhalen heeft Zwarte Piet geen eigen naam en dus geen identiteit. Hij is ontmenselijkt. Hij bevindt zich altijd in een onderschikte, niet leidende, rol waarin hij bevelen van de Sint moet uitvoeren.
Het beeld van Zwarte Piet lijkt terug te gaan naar de afbeeldingen van Europese kunstenaars waarin ‘’zwarten’’ of ‘’ de neger’ wordt weergegeven in een bijrol als dienaar/helper van zijn blanke heer of leider. In de tentoonstelling: ‘’Black is beautiful’’ werd pijnlijk duidelijk dat ‘’zwarten’’ nooit echt deelnemen aan het tafereel waarin ze door de 17e en 18e eeuwse schilders werden afgebeeld op de doeken waarop zowel witte als zwarte burgers voorkomen. De ‘’zwarte’’ persoon werd veelal als een anonieme, slechts een handeling verrichtende, bediende afgebeeld. De ‘’witte’’ burger als een prominent aanwezige persoonlijkheid. 
Opvallend is dat in het 19e eeuwse Schenkman boek Sinterklaas nog zelf strooit en de kinderen in de zak doet omdat hij ze zelf dreigt met straf maar verder treden Sint en Piet hier samen op zoals we ze nu nog kennen. Piet is de onderdanige bediende met zijn meester Sint.

In latere tijden laat Sint het strooien, bedreigen en straffen over aan zijn (onderdanige) bedienden. Die blijven rond lopen in 18e eeuwse kleding en gedragen zich als wild, dom, ondeugend, vrolijk en niet gehoorzaam waardoor hij door Sint regelmatig tot de orde geroepen moet worden. Tot in de jaren 80 had Zwarte Piet naast de zak als attribuut de roe.
Met de komst van de nieuwe nationale Sint Nicolaas (Bram van der Vlught) , in 1986, werd dit, bij de kinderen angst in boezemde, attribuut officieel afgeschaft. Toen werd ook definitief afgerekend met het tot diep in de jaren 70 gebruikelijk, bij de Zwarte Pieten aanwezige, gebrekkige taalgebruik met een vreemd accent.
Met de komst van grote groepen Surinamers in Nederland vond men een dergelijk onhandig spreken niet meer passend, hoogstwaarschijnlijk omdat dit te veel te werkelijkheid weerspiegelde en/of te veel de mensen uit de voormalige koloniën beledigde. Die rijksgenoten begonnen zich ook te verzetten tegen het feit dat ze met grote regelmaat in het dagelijks leven uitgemaakt werden voor Zwarte Piet.
Vanaf de jaren '90 zijn de Pieten eigen karakters gaan krijgen en is de titel Zwarte Piet steeds meer aangevuld met Hoofd Piet, luie Piet, domme Piet, maar de Sint bleef de macht houden over zijn knechten.
Hoewel Piet tegenwoordig op ABN niveau “zijn’’ taal uitspreekt, worden mensen in Nederland, vooral in de Sinterklaasperiode, maar ook nog daar buiten, aangesproken als Zwarte Piet.
Het is ook daardoor naïef te stellen dat Zwarte Piet een fantasiefiguur is in een kinderfeest. Heel veel kinderen associëren Zwarte Piet met donkere mensen. Het kritiekloos in stand willen houden van een traditie doet geen enkele cultuur goed. Zeker niet als die omschreven staat als ‘’onze’’ traditie.
Het moet zo langzamerhand voor iedere Nederlandse burger maar speciaal voor leerkrachten, duidelijk zijn dat het een witte leider is die, hoog op zijn paard, omringd wordt door een, om hem heen lopende, groep zwarte knechten waarbij alleen de zweep van de slavenhouder ontbreekt. Zonder het denken dat het bij de slavernij hoorde had het idee van Zwarte Piet nooit verzonnen kunnen worden.
Als dat denken niet had bestaan was iedere bedenker van een dergelijk idee voor idioot uitgemaakt omdat zijn voorstel zou zijn de ‘’zwarte’’ medemens te ontmenselijken door hem enkel aan te spreken op zijn huidskleur en niet zijn persoon(lijkheid). Ook daardoor is het een onmiskenbaar feit dat Zwarte Piet gebasseerd is op racisme met allerlei achterlijke stereotyperingen en vooroordelen. Het is tijd dit feit te erkennen.
- Cees Luckhardt, docent Geschiedenis/Maatschappijleer
You've got to be kdiidng me-it's so transparently clear now!