petitie tekenen  |  english  |  contact  |  nieuwsbrief  |  zoek    
Nieuwsfoto

Weblog

20/10
- Slavernijverleden is geen boekhouding

Persoonlijk vind ik relativeren en opbergen inherent aan de Nederlandse volksaard. Goede voorbeelden hiervan zijn het slavernijverleden en de koloniale geschiedenis.

 

De NTR serie Slavernij is actueel. Dat de serie de afgelopen vijf weken op TV te zien was, is positief, maar kijkers hebben slechts een interpretatie van het slavernijverleden gezien . Inhoudelijk zijn de makers  in de mist  gegaan met hun selectie van historische fragmenten en deskundigen. Bovendien is het geheel in een eurocentrisch kader gegoten. Eurocentrisme is het epistemologisch perspectief dat gebruikt wordt om de wereld te interpreteren via een selectieve en ideologische kijk op Europese geschiedenis en ervaringen.


Enigszins begrijpelijk, want de makers van de serie zijn net als veel andere Nederlanders  opgeleid vanuit de denkwijze dat de kennisproductie van Europa superieur is aan de kennisproductie van bijvoorbeeld Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen. Ook het merendeel van de Surinaamse en Antilliaanse deskundigen hebben hun opleiding aan een Nederlandse universiteit gevolgd. Uiteraard schuilt hierin  het gevaar dat zij de koloniale geschiedenis vanuit een eurocentrisch perspectief kunnen of willen zien.. Hierdoor krijg je  wetenschappers en onderzoekers, die ondanks hun wortels in de gekolonialiseerde gebieden, toch bereid zijn de woorden van de meester als zoete koek te consumeren en te verkondigen.  


De vertoning van de serie heeft veel sentimenten en herinneringen die van groot belang zijn voor de wijze waarop de sociale interactie plaatsvindt tussen witte en zwarte Nederlanders losgemaakt. De serie de Slavernij heeft, naar mijn mening, geen positieve effecten op de raciale verhoudingen in Nederland gehad. Integendeel, de serie  heeft voor meer desillusie en boosheid bij vele burgers met Afrikaanse wortels gezorgd. Frappant genoeg zijn er ook Afro-Caraïbische mensen die zich totaal niet door de serie aangesproken voelen. Hun uitgangspunt is dat ze niets anders hadden verwacht. Ze menen dat eurocentrisme is gekoppeld aan honderden jaren van westerse dominantie, uitbuiting en racisme. Soms is dit racisme epistemisch van aard. Dat wil zeggen, dat men discrimineert zonder dat in de gaten te hebben.


Dit geldt ook voor de waardering van de kennisproductie van het Nederlandse slavernijverleden. Het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee), dat zich bezighoudt met dit vraagstuk is niet gevraagd om inhoudelijk deel te nemen aan het realiseren van de serie.  Een onderzoeker van het NiNsee heeft weliswaar zitting gehad in een adviesgroep, maar daar is alles mee gezegd. Ik ben van mening dat indien de makers belangstelling hadden gehad in een niet-relativerend verhaal zij het  NiNsee hadden benaderd om inhoudelijk een bijdrage aan de serie te verlenen.


Wellicht is het naïef om te denken dat de makers ook een dekoloniaal perspectief hadden kunnen gebruiken. Een dekoloniaal perspectief biedt de mogelijkheid om een ander analytisch kader te benutten  dan dat datgene wat gelinkt is aan de westerse beschaving, moderniteit, kolonialisme, enz.  Een dekoloniaal perspectief gaat er niet vanuit dat de koloniale mogendheden geen belangrijk aandeel gehad hebben in de vooruitgang van de mens, het laat slechts zien dat er meerdere wegen zijn die naar Rome leiden. Het beweert dat kennisproductie geen kwestie van relativeren en opbergen moet zijn, vooral als het gaat over een onderwerp als het Nederlands slavernijverleden.

 
In het geval van de serie de Slavernij hadden de makers een beter product kunnen afleveren wanneer ze ook  hadden geluisterd naar de stemmen van de nazaten van tot slaaf gemaakten en met het NiNsee hadden gesproken over een ander perspectief. Men had zich niet hoeven te beperken tot het verhaal dat de rol van Nederland in de slavernij en slavenhandel niet groot was en  boekhoudkundig gezien niet veel heeft opgeleverd. In het kader van de huidige  bezuinigingen van het kabinet zien wij dat er wellicht weinig waarde aan het andere verhaal gehecht wordt aangezien het NiNsee ook opgeborgen dreigt te worden door de subsidiestop. Laten we de ruimte die er is gebruiken om een verhaal te vertellen dat recht doet aan ons collectief geheugen.


- Artwell Cain


Reacties

17/11
Makalah

Voor de WIC was het wel boekhouding, want ze werden als producten gezien. Voor een recruitment bureau ben je nu ook een product, alleen krijg je dan wel betaald en ben je vrij om weg te gaan wanneer je wil.


Plaats een reactie

Auteur

Artwell Cain
Artwell Cain

Artwell Cain is de directeur van NiNsee. Hij is cultureel antropoloog en in oktober 2007 gepromoveerd aan de Universiteit van Tilburg op het proefschrift “Social mobility of ethnic minorities in the Netherlands: The peculiarities of social class and ethnicity.” Cain was voorheen werkzaam als directeur van het adviesbureau Ace Advies en geeft landelijk lezingen en gastcolleges op het terrein van diversiteitsmanagement en sociale mobiliteit. Van 1991 tot 2000 was hij directeur van de Stichting Welzijnsbevordering Antillianen en Arubanen in Rotterdam.

Eerdere blogs

  • Geen eerdere blogs