In 2012 gaat een veelzijdig Europees onderzoeksproject van start over het slavernijverleden. Het is het eerste onderzoeksproject waar niet alleen historici, antropologen en sociologen aan deelnemen, maar ook genetici en archeologen.
DNA analyse van opgegraven botten moet de hiaten dichten in de kennis over de trans-Atlantische slavenhandel. De Nederlandse tak van het onderzoek neemt Universiteit Leiden samen met NiNsee op zijn rekening. Het is voor het eerst dat op zo'n grote schaal met nieuwe technieken naar de slavernij wordt gekeken.
Het beeld compleet maken
Ook zijn de initiatiefnemers van mening dat je met historisch onderzoek alleen geen volledig beeld van de koloniale tijd krijgt. "De registers uit die tijd zijn fragmentarisch en vaak onvolledig", zegt geneticus Hans Schroeder van de universiteit van Kopenhagen. Schroeder is één van de coördinatoren van het project. Universiteit Leiden is een participant aan dit project, daarnaast doen nog 9 instituten uit Europa mee. Naast deze participanten zijn er nog 10 internationale partners, inclusief het NiNsee die deelnemen aan dit project.
'Ongemakkelijk' maar zeer interessant
De Britse bio-archeoloog Matthew Collins spreekt wel van een 'ongemakkelijk' onderzoek: "Omdat we met dit onderzoek aan kunnen tonen in welke mate afstammelingen van slaven voortkomen uit relaties met kolonialen. Er komen zaken uit die mensen misschien liever niet willen horen, maar dat maakt het juist interessant."
Hier nog even de doelen van dit project op een rij. Met dit onderzoeksproject wil men:
Het archeologisch deel
In het archeologisch onderzoek worden in de eerste fase vooral de drie Bovenwindse eilanden St. Maarten, Saba en St. Eustatius onder de loep genomen, want van deze eilanden is nog minder bekent dan van de Benedenwindse eilanden (Curaçao, Aruba, Bonaire) en van Suriname.
In de tweede fase van het onderzoek zal gezocht worden naar een beter begrip van de Afrikaanse ervaring op de eilanden tijdens de slavernij en de post-emancipatie periode vlak na de afschaffing. De kennis hierover zal worden verzameld door middel van gedetailleerde analyse van de overblijfselen uit de samenlevingen van Afrikaanse- en Afrikaanse nazaten.
Rol NiNsee
Gepland staat dat de resultaten van dit onderzoek bij het NiNsee tentoongesteld zullen worden en dat het NiNsee hier een museale aankleding aan zal geven voor een breed publiek. Ook zal het NiNsee een workshop geven in het kader van de tweede fase van het onderzoek. Directeur Artwell Cain zal deze workshop leiden, genaamd "Legacies of Slavery in 21st Century Europe".
Verder zullen NiNsee onderzoekers Frank Dragtenstein en Aspha Bijnaar ook een bijdrage leveren door invulling te geven aan verschillende trainingen en workshops. Zij hebben een ruime ervaring in het trainen van zowel jonge studenten, als ervaren onderzoekers. Dit is de eerste keer dat NiNsee samenwerkt met het Marie Curie netwerk en Marie Curie Initial Training Networks (ITN).