petitie tekenen  |  english  |  contact  |  nieuwsbrief  |  zoek    
Slavenschip Leusden

Slavenschip Leusden


23-11-2011 - 

Eén van de recentste historische onderzoeken naar het slavernijverleden is die van Leo Balai over het slavenschip de Leusden. We hebben Balai al voorbij zien komen in de NTR serie De Slavernij waar hij aan Roué Verveer vertelt hoe het was om gevangen te zitten op zo'n schip. In oktober promoveerde hij met het onderzoek over dit slavenschip.

 

In 1738 verging het slavenschip De Leusden voor de kust van Suriname, met aan boord 700 tot slaafgemaakten. Dit is de grootste scheepsramp van de Nederlandse geschiedenis geweest, maar het wordt vaak vergeten en heeft tot nu toe vrij weinig aandacht gehad. Balai wil met zijn proefschrift hier verandering in brengen. 670 tot-slaafgemaakten aan boord kwamen om, want de Nederlandse bemanning had de toegang tot het dek afgesloten.

 

Schip van dood en verderf
Tien slaventochten maakte de Leusden, waarbij ruim 6500 slaven werden vervoerd. Dood en verderf achtervolgt het schip. Tijdens de zevende reis breekt er aan boord een opstand uit, waarbij het de slaven lukt vijf bemanningsleden te vermoorden. De reis daarop sterven 279 van de bijna zevenhonderd slaven aan een besmettelijke ziekte.


Dan de laatste reis. Op 10 maart 1737 vertrekt de Leusden uit Texel en twee maanden later komt het schip aan in Fort Elmina, bij het huidige Ghana. In een van zijn rapportages aan de Heren Tien meldt de kapitein dat er eind juni al 200 slaven aan boord zijn. Zij worden niet in grote groepen aangebracht maar veelal in kleine plukjes. Het zijn altijd Afrikaanse handelaren die ze aan de aan Europese, en dus ook Nederlandse handelaren verkopen. Het duurt een half jaar voordat het schip vol is. Op 18 november 1737 vertrekt de Leusden naar Suriname, met aan boord 700 slaven.

 

Noodweer en opsluiting
Eind december 1737 nadert het schip zijn eindbestemming. De oversteek is in vierenveertig dagen gemaakt, sneller dan ooit. Voor de kust van Suriname is het noodweer. Het stormt en harde regen belemmert het zicht. Kapitein Jochem Outjes maakt een navigatiefout en stuurt de verkeerde rivier op. In de monding van de Marowijne-rivier loopt de Leusden op een modderbank.

 

Leo Balai: ”De tragiek is dat alle slaven op dit moment aan dek zijn om te eten. Outjes stuurt ze onmiddellijk terug de ruimen in en omdat hij bang is door hen overmeesterd te worden laat hij de luiken achter hen dichtspijkeren. Veertien slaven mogen op het dek blijven, waarschijnlijk om te helpen met werkzaamheden om het schip drijvende te houden. De romp breekt en water stroomt de ruimen binnen.

 

De 73 bemanningsleden zitten aan dek en doen niets. Zij zien de slaven als lading die als verloren moet worden beschouwd en ondernemen niets om hen te redden. Als kapitein Outjes ziet dat zijn schip zal zinken, geeft hij opdracht om de sloepen te strijken. De slaven zitten als ratten in de val. Zeshonderdzeventig Afrikanen verdrinken.”

 

Mensenlevens telden niet
Dat de bemanning bang was voor een revolte, wil er bij Balai niet in. "Ik kan me zo voorstellen in zo'n situatie, het schip gekapseisd, het regent, dat je er niet meteen aan denkt om de matrozen aan te vallen. Je wilt jezelf eerst redden. Bovendien: de bemanning was bewapend en de gevangenen niet."

De bemanning wist zich 's ochtends met een sloep in veiligheid te brengen en kwam twee dagen later in Paramaribo aan. Zestien gevangenen die toevallig op het dek aan het werk waren geweest, hadden de ramp overleefd. Ze werden bij aankomst prompt verkocht.


Kroesvee
Volgens Balai zag de bemanning de gevangenen als niet meer dan een lading, 'kroesvee'. Over een kistje met 23 kilo goud werd achteraf meer gerapporteerd dan over de verloren mensenlevens. De ramp met de Leusden kwam slechts als kort scheepsbericht in de Amsterdamsche Dingsdaagsche Courant.

"De opdrachtgevers vonden het klaarblijkelijk ook goed, want ze hebben de kapitein achteraf geen straf opgelegd. Hij is gewoon uitbetaald, terug in Nederland." In de officiële annalen tekende de WIC alleen op dat het "een gevoelige schade" was voor het bedrijf.


Laatste reis
Helemaal schrijnend is het feit dat de WIC bezig was haar slavenreizen af te bouwen. Doordat het bedrijf niet efficiënt genoeg was en de concurrentie te groot, werd de mensenhandel als weinig lucratief gezien. Na in ruim honderd jaar een ruim half miljoen Afrikanen gedwongen te hebben verscheept naar de Nieuwe Wereld, werd de handel stopgezet omdat er niet genoeg geld mee te verdienen viel.

"Ze waren al in een neergaande lijn. In oktober 1737 hadden ze al besloten om ermee te stoppen. De Leusden en twee andere schepen waren de laatsten die nog een slaventocht maakten. De tragiek is juist dat toen ook de grootste scheepsramp plaatsvond."


Moment van stilte
Op de plek van de ramp in Suriname is er niets dat herinnert aan die fatale Nieuwjaarsdag. Balai wil graag meedenken over een permanent gedenkteken. Ook hoopt hij met zijn onderzoek "de discussie op gang te brengen".

"Er is zo veel te vertellen, zo veel met elkaar te bediscussiëren. Dit laat zien hoe kansloos die mensen waren. Als zo'n situatie zich voordeed, waren ze gewoon handelsgoederen die verloren gingen, geen mensen die doodgingen." Op excuses of herstelbetalingen van Nederland zit Balai niet te wachten.  "Wel moeten we er alles aan doen om het schip te vinden,"zegt Leo Balai, "en het dan opgraven. Het was een moordpartij op 670 gevangen en ik vind dat Nederland een morele verplichting heeft om deze wandaad in de geschiedenis te gedenken."

 

Ook zou Balai graag zien dat men één keer in de vijf jaar een minuut stilte houdt in de Tweede Kamer. "op 1 juli, de dag van de afschaffing van de slavernij", oppert hij. "Ik neem aan dat het dan deel gaat uitmaken van het collectieve geheugen. Dan krijg je discussie en dat is waar we naartoe moeten."

Bron: NOS en Geschiedenis 24