petitie tekenen  |  english  |  contact  |  nieuwsbrief  |  zoek    

Slavernij

Slavernij is van alle tijden. Zowel in de klassieke oudheid als in de moderne tijd komen we slavernij tegen. Buitengewoon opvallend is dus de weerbarstigheid van dit instituut. Het is zowel een oud- als een modern instituut, dat is de paradox van slavernij.

Sociale wetenschappers beweren dat slavernij ontstond toen de mensheid een bepaald niveau van beschaving had bereikt en in de eerste steden ging wonen.  Helaas gaf het ontstaan van die steden ook aanleiding tot oorlogsvoering, die op zijn beurt tot slavernij leidde. In de oudheid was het de gewoonte dat in een oorlog de overwinnaar zijn tegenstander doodt.

Onstaan uit oorlogsvoering
Op een bepaald moment in de geschiedenis stopt men met deze praktijk en werd de overwonnen tegenstander in leven gelaten. De eerste slaven waren dus krijgsgevangenen wiens leven werd gespaard zodat zij een 'sociale dood' (social death) tegemoet konden zien door dienstknechten te worden van degenen die hen hadden overwonnen en gevangen genomen. Een van de ironische contradicties aan het begin van de menselijke beschaving was hiermee geboren. Met andere woorden: beschaving brengt oorlogsvoering met zich mee, en oorlogsvoering creëert slavernij als institutie. Een van de meest barbaarse menselijke praktijken, slavernij, werd hierdoor geïnstitutionaliseerd. Naast krijgsgevangenen werden geleidelijk aan ook andere methoden (zoals kidnapping ) gebruikt om slaven te verkrijgen.

Verschillende vormen van knechtschap
Over het algemeen verwijst slavernij naar een toestand waarbij het ene individu eigendom (bezit) is van een ander individu, dat zijn leven volledig controleert en beheerst. De ene mens is dus de bezitter en eigenaar van een ander mens en bepaalt waar en wanneer de ander voor hem moet werken. Deze eigendomsrechten kunnen op de markt worden gekocht en verkocht. Er bestaan verschillende vormen van knechtschap, die zoals hieronder geïllustreerd van links naar rechts kunnen oplopen in mate van dienstbaarheid:

 Vassals - Pawns- Indentures - Serfs - Slaves - Chattel Slaves.

  1. Vazallen (feodale leenmannen) waren op basis van wederzijdse verplichtingen gebonden aan leden van de elite of aristocratie.
  2. Pawns (lommerden) waren tijdelijk tot slaaf gemaakten die fungeerden als onderpand bij een zakentransactie. Contractarbeiders werden gedwongen om voor een bepaald aantal jaren te werken, waarna zij vrij waren om te doen en laten wat ze wilden.
  3. Lijfeigenen/horigen waren gebonden aan de grond en moesten een aantal dagen werken voor hun meesters. Maar ze hadden wel beperkte vrijheden, zoals het recht om te trouwen en eigendom te bezitten, zoals een stukje grond waarop zij producten konden verbouwen om in de eigen behoeften te voorzien.
  4. In de meeste gevallen was een slaaf een vreemde die geen familiaire of sociale bindingen had met de gemeenschap waarin hij/zij gedwongen werd om zich te vestigen. De beroemde socioloog Orlando Patterson spreekt ook wel van "natal alienation", de vervreemding van slaven van hun natuurlijke omgeving.
  5. Chattel slavernij (bezitsslavernij) is de meest wrede vorm van knechtschap. Hier wordt het individu alle rechten ontnomen (gedehumaniseerd) en kan de slavenhouder met hem doen en laten wat hij wil. Tijdens de periode van de Transatlantische slavernij (vanaf 1500 -1900) was chattel slavernij de dominante vorm. 

Slavernij komen we in verschillende vormen tegen, afhankelijk van de rijkdom en het beroep van de slavenhouder en de omstandigheden en tradities van de regio.

"Slavery is the permanent, violent domination of natally alienated and generally dishonored persons" (Orlando Patterson 1982:13).


Lang voor de Transatlantische slavernij kwam, zoals gezegd, slavernij overal, en dus ook in Europa voor. Met name in het mediterrane gebied. Het Romeinse rijk was gebaseerd op slavenarbeid. Maar noch in Afrika noch in Europa was slavernij gebaseerd op raciale afkomst.

Oorspong van het woord 'slaaf'
Italiaanse handelaren verkopen omstreeks de jaren 1100 - 1400 christenen als slaven aan moslims in Egypte en Syrië. In eerste instantie verkopen zij de Slavische inwoners van de Dalmatische kust aan de moslims. De etnische afleiding van deze bevolkingsgroep in het Latijn, sclavus = Slavisch, ligt aan de basis van het woord slaaf zoals we dat kennen in andere Europese talen: esclave in het Frans; esclavo in het Spaans, slave in het Engels, sklave in het Duits, slaaf in het Nederlands.

Associatie met huidskleur
Opmerkelijk is dat in het Hebreeuws, het Grieks en in het Latijn, het woord slaaf geen etnische connotatie heeft (ebed[1], doulos, servus). Pas nadat de Portugezen vanaf omstreeks 1444 zwarte Afrikanen tot slaaf maakten en naar gebieden rond de Zwarte en Kaspische zee en na 1492 naar de Nieuwe Wereld vervoerden, wordt het woord slaaf gelijk gesteld aan mensen met een zwarte huidkleur. Die connotatie is dus van de moderne tijd, een modern verschijnsel die men in de oudheid niet kent.

Ontstaan racisme
Kortom, na de ongelukkig verlopen experimenten met de Indianen als slaven en met witte contractarbeiders in de Nieuwe Wereld, wordt slavernij in de westerse wereld gelinkt aan mensen van Afrikaanse oorsprong. Vanaf 1500 brengen Europeanen alleen Afrikanen in slavernij (raciale slavernij). Dit betekent dat de dehumanisering, vernedering en beestachtigheid die universeel geassocieerd worden met 'chattel slavery' (bezitsslavernij) gekoppeld wordt aan het zwart zijn. De denigrerende stereotypen en afschuwelijke vooroordelen over Afrikanen en zwarte mensen, die aan de basis liggen van het witte racisme, vinden hier hun oorsprong.

Aantallen
De meeste wetenschappelijke schattingen van het aantal Afrikanen dat overzee is gevoerd lopen uit een van 9 à 10 miljoen tot 15 miljoen. Er bestaan echter ook veel hogere schattingen. De meest exacte data zijn te vinden op de eerder genoemde Cd-rom van het W.E.B. Du Bois Institute for African and African American Research, aan de Harvard Universiteit, USA.

  

[1] In de Joodse Bijbel wordt een slaaf eved genoemd, afgeleid van het Hebreeuwse woord laavod, dat werken betekent.