Afrikanen hebben zich altijd verzet tegen slavernij. Nog voor zij aan boord van het slavenschip werden gebracht ondernamen zij vluchtpogingen. Eenmaal aan boord van het schip toonden zij zowel passief als actief verzet door weigering van voeding of door over boord te springen om zo de dood te verkiezen boven slavernij.
Het actief verzet was meestal een algemene opstand op het schip.De meeste opstanden waren geen succes en werden in een vroeg stadium in het bloed gesmoord. Een enkele opstand trok de aandacht omdat het aantal slachtoffers groot was. Dat was het geval in 1741 op het slavenschip 'Middelburgs Welvaren'. Daar lieten 213 van de 260 Afrikanen het leven tijdens de opstand. Alle bemanningsleden van het schip overleefden de rebellie.
Verzet op land
Eenmaal aan land hield het verzet aan. Het passief verzet kon onder andere de vorm aannemen van, het saboteren van de werkzaamheden door langzaamaan acties, ziekte veinzen, zich dom voordoen. Het actief verzet was onder andere zelfmoord door bijvoorbeeld zand eten, sabotage van de productiemiddelen, vergiftiging van vee, planters of loyale slaven.
Suriname
In Suriname waren de belangrijkste en meest succesvolle vormen van verzet vlucht en marronage. Het laatste hield in dat de ontsnapte slaven op gezette tijden naar de suikerplantages terugkeerden om zich te wreken, te plunderen of familie of vrienden van slavernij te bevrijden. Het resultaat van deze acties was aanhoudende marronoorlogen en het ontstaan van relatief grote marrongemeenschappen in de binnenlanden van Suriname die na vredesovereenkomsten (1760, 1762 en 1768), honderd jaar voor de afschaffing van de slavernij, in vrijheid leefden.
Doel van verzet
Het belangrijkste doel van het verzet was zichzelf en anderen bevrijden van slavernij. Dit doel kon bij succes uitmonden tot het streven naar totale vernietiging van de plantage kolonie en de institutionele slavernij.
Aanbevolen literatuur over het slavenverzet: