In het kader van de International Day for the Remembrance of the Slave Trade and its Abolition (UNESCO),verzorgde Sir Hilary Beckles d.d. 23 augustus 2010 de Glenn Willemsen lezing. Beckles, professor in de sociale alsmede economische geschiedenis en tevens verbonden, in de kwaliteit van Pro-Vice Chancellor en rector magnificus, aan de Universiteit van de West Indies-Cave Hill, bracht gedurende deze lezing een alternatieve sociale, economische en juridisch-historische analyse van het Europese trans-atlantisch kolonialisme en slavernij onder het voetlicht.
Deze door Beckles geponeerde herijking en herwaardering van deze historie, betwist de heersende westerse lezing en fungeert zowel als kapstok ter verklaring van de structurele onderontwikkeling waarin legio Caribische naties verkeren alsook een argumentatief raamwerk voor de constituering van de Europese trans-Atlantische slavernij als een schending van de mensenrechten (crimes against humanity) en de daarmee samenhangende juridische en financiele implicaties die deze erkenning tot gevolg zouden kunnen hebben.
Hedendaagse machtsverhoudingen
Een van de primaire argumentatieve grondslagen voor de erkenning, reconciliatie en reparatie van de Europese trans-Atlantische slavernij is dat deze verwerpelijke episode, een historisch relevante en fundamentele gevolgtrekking heeft gehad voor de moderne wereld en hedendaagse internationale c.q. geopolitieke machtsverhoudingen. Bovenstaande stellingname aangeduid als Beckles 'eerste different van de heersende vertelling, meer precies door hem aangeduid als de "mythical level playing field" lees: de illusie van een gelijke start, impliceert dat de onderontwikkeling van postkoloniale naties vanuit de heersende perceptie, beschouwd en aanvaard wordt als een conditio sine qua non van slecht governance beleid, corruptie en ander culture en sociale "achterstanden".
Beckles wijst voorts op de politiek-economische alsmede historische gebeurtenissen en hedendaagse machtsverhoudingen, welke in structurele zin hebben geleid tot de bemoelijking van het proces van nation development en nation building voor veel Caribische landen. In dit verband wordt Haïti aangehaald als een voorbeeld van een land waar politiek-economische alsmede historische gebeurtenissen en hedendaagse machtsverhoudingen het vrijwel onmogelijk maken de noodzakelijke economisch ontwikkeling en groei te realiseren.

Haïti
Zo legt Beckles uit dat Haiti na haar onafhankelijkheid in 1804 geboycot werd en tot illegale staat verklaard werd door een agressieve Noord-Atlantische alliantie. Na jaren van economische isolement had Haiti geen andere optie dan in 1825 Frankrijk 150 miljoen franc af te betalen voor Haiti’s onafhankelijkheid. Dit bedrag, waarvan de waarde vandaag 21 miljard is, werd pas in 1922 afbetaald en heeft 70% van haar inkomen uit de export gekost. Hiernaast interveniëren Frankrijk en de Verenigde Staten tot op heden in de binnenlandse politiek van Haiti, waardoor de stabiliteit in het gedrang komt.
In 2004 orchestreerde onder andere Franse soldaten en Amerikaanse mariniers de afzetting van President Aristide, die een maand eerder op de 200ste viering van Haiti's onafhankelijkheid een officieel verzoek had ingediend bij de Franse overheid om het bedrag dat Haiti voor haar onafhankelijkheid heeft moeten betalen te restitueren. Derhalve dragen Caribische naties de financiële, politieke en sociale schade van kolonialisme in de vorm van internationale schulden en politieke instabiliteit. Zo ook Jamaica verteld Beckles, waar vandaag de dag 70% van het export inkomen wordt besteed aan het afbetalen van schulden.
Gelijke start als mythe
Met deze voorbeelden spreekt Beckles de "illusie van de gelijke start" tegen, en illustreert hij tevens dat de Europese trans-Atlantische slavernij en kolonialisme niet louter een donkere en pregnante vlek is in het morele geweten van de agressors c.q. kolonisators van het verre verleden, maar in essentie de fundering waarop het hedendaagse internationale economische systeem en de daaraan inherente machtsverhoudingen, gebouwd zijn. Beckles legt in dit kader, bijvoorbeeld een direct verband tussen het niet kunnen concurreren van Caribische suiker en banaan sectoren op de internationale markt en kolonialisme, en benadrukt hij dat het juist deze hedendaagse implicaties zijn die verzoening en reparatie discours toenemend momentum zullen geven.
De geschiedenis herschrijven
Beckles pleit tevens dat het herschrijven en herijken van deze geschiedenis met inbegrip van de erkenning van de Europese trans-Atlantische slavernij als een flagrante schending van de mensenrechten, naast implicaties voor het begrijpen van de hedendaagse onderontwikkeling, ook juridisch-historische gronden heeft. Zo laat Beckles zien dat slavernij-achtige vormen van arbeid in de meeste Europese landen al in de dertiende en veertiende eeuw afgeschaft werden, waardoor het juridisch noodzakelijk was om tot slaaf gemaakte Afrikanen in de koloniën te classificeren als niet-mensen. Deze juridische status als niet-mens en "bezit", tezamen met het gegeven dat mensenrechten schendingen niet kunnen verjaren, zijn volgens Beckles alleen al een sufficiënt argument om de Europese trans-Atlantische slavernij officieel te erkennen als een schending van de mensenrechten.
Gevangen in het institionele spinnenweb
De argumenten en voorbeelden die Sir Hilary Beckles in zijn presentatie over het voetlicht brengt, zijn vanwege het multidisciplinaire karakter, erg krachtig, coherent en solide te noemen. Zijn lezing maakt het mogelijk om het discours rond de erkenning, verzoening en reparatie van de Europese trans-Atlantische slavernij te verleggen van een eindeloze, frustrerende discussie over de feitelijke implicaties van het hedendaagse racisme en ongelijkheid, naar de blootlegging en afkeuring van de intentionele structurele politieke, sociale en vooral economische oppressie van Caribische naties en mensen door Europese naties. Beckles' herijking richt zich met name op het institutionele spinnenweb, welke ten grondslag ligt aan de hedendaagse manifestaties van racisme en ongelijkheid.
Door: Alana Proctor
Amsterdam, 9 november 2010
Foto van Hilary Beckles door Peter Sanches